Eindejaarstips privé

Eindejaarstips privé

Jaarruimte benutten

Premies voor lijfrentevoorzieningen zijn onder voorwaarden aftrekbaar. De premies zijn aftrekbaar voor mensen die op 1 januari niet meer dan vijf jaar ouder zijn dan de AOW-leeftijd. De aftrek is begrensd op 30% van de premiegrondslag. De premiegrondslag is het totaal van de winst uit onderneming, het resultaat uit werkzaamheden, het loon uit dienstbetrekking en de ontvangen periodieke uitkeringen en verstrekkingen in het vorige jaar. De premiegrondslag bedraagt maximaal € 137.800, verminderd met een bedrag van € 19.172 (2027: € 19.845).

De aftrekbare premie (jaarruimte) bedraagt maximaal € 35.589 (2027: € 35.387). De jaarruimte wordt verminderd met de opbouw van pensioenaanspraken. Wie in de voorgaande tien jaren de jaarruimte niet of niet geheel heeft benut, kan gebruikmaken van een aanvullende aftrek. Deze zogenoemde reserveringsruimte bedraagt maximaal € 42.753 (2027: € 43.287).

Voor tijdelijke oudedagslijfrenten geldt als voorwaarde voor aftrekbaarheid van de premie dat het bedrag van de jaarlijkse uitkering niet hoger mag zijn dan € 27.192 (2027: € 27.532). De uitkeringen mogen niet eerder ingaan dan in het jaar waarin men de AOW-leeftijd bereikt en niet later dan vijf jaar na dat tijdstip.

Vermogen overhevelen naar de (klein)kinderen?

Als iemand overlijdt, gaat zijn vermogen naar zijn erfgenamen. De erfgenamen moeten over hun aandeel in de nalatenschap erfbelasting betalen. Zonder testament is in veel gevallen de wettelijke verdeling van toepassing. De langstlevende partner verkrijgt de goederen van de nalatenschap en neemt de schulden voor zijn of haar rekening. De kinderen krijgen ieder een geldvordering op de langstlevende ter grootte van hun erfdeel. Voor de partner geldt een hoge vrijstelling van € 828.035 (2027: € 849.564). 

Let op! Deze vrijstelling wordt verminderd met de waarde van de aan de partner toekomende vrijgestelde pensioenaanspraken. De vrijstelling voor de kinderen is beperkt tot € 26.230 (2027: € 26.912). 

De wettelijke regeling kan goed uitpakken, maar een testament kan helpen om bij overlijden belasting te besparen. Soms wordt gekozen voor het verschuiven van erfbelasting in plaats van besparen van erfbelasting. Een mogelijke reden hiervoor is dat het geld vastzit, bijvoorbeeld in een huis of in beleggingen. Het kan fiscaal gunstig zijn om ook de kleinkinderen te laten erven, bijvoorbeeld door voor hen legaten op te nemen in het testament. Een kleinkind kan van zijn grootouders een bedrag van € 26.230 (2027: € 26.912) belastingvrij erven.

Tip! Laat regelmatig controleren of het testament nog actueel is en past bij de huidige situatie. Geen testament? Overweeg dan om er een op te laten stellen.

Gebruik de schenkingsvrijstellingen
Door tijdens het leven (een deel van) het vermogen vrijgesteld te schenken aan kinderen, kan de toekomstige heffing van erfbelasting worden beperkt. Naast de jaarlijkse vrijstelling voor een schenking van ouders aan een kind van € 6.908 (2027: € 7.088), bestaat er voor kinderen tussen 18 en 40 jaar eenmalig een verhoogde vrijstelling van € 33.129 (2027: € 33.991). Voor schenkingen aan kleinkinderen geldt een vrijstelling van € 2.769 (2027: € 2.841).

Schenken op papier
Een schenking op papier houdt in dat een schenker geen geld overdraagt, maar verklaart een bepaald bedrag schuldig te zijn aan de ontvanger. Hierdoor ontstaat een schuld voor de schenker en een vordering voor de ontvanger van de schenking. De schenking vermindert de nalatenschap als daarvan een notariële akte is opgemaakt en elk jaar daadwerkelijk minimaal 6% rente wordt betaald aan de ontvanger. In de schenkingsakte wordt vastgelegd dat de vordering pas opeisbaar is bij het overlijden van de schenker. Dit heeft als voordeel dat er dan minder erfbelasting verschuldigd is. Als de schenking op papier tijdens het leven wordt uitbetaald, bijvoorbeeld na verkoop van het huis, dan is een notariële akte niet per se nodig.

Groen beleggen

Groen beleggen krijgt in box 3 nu nog een vrijstelling en heffingskorting. In 2026 bedraagt de vrijstelling maximaal € 26.715 (partners € 53.430) en de heffingskorting 0,1% daarvan. Deze voordelen voor groen beleggen zouden per 2027 volledig verdwijnen. De Belastingdienst gaf echter aan dat dit technisch niet uitvoerbaar is. Daarom is de vrijstelling in 2027 verlaagd tot € 200 (partners € 400). De heffingskorting blijft bestaan, maar is door de lage vrijstelling verwaarloosbaar. Per 2028 verdwijnen de vrijstelling en de heffingskorting voor groene beleggingen volledig.

Bron: Ministerie van Financiën | wetswijziging | 03-11-2026
0
Eindejaarstips privé

Box 3: forfait of werkelijk rendement?

Het heffingsvrij vermogen daalt in 2026 van € 57.684 naar € 51.396. Tegelijk gaat het rendement op overige bezittingen omhoog van 5,88% naar 7,78%. Gevolg is dat mensen met overige bezittingen meer belasting gaan betalen. Zij hebben met de tegenbewijsregeling de mogelijkheid om het werkelijk behaalde rendement aan te tonen. Als dit bedrag lager is dan het eerder aangeslagen verwachte rendement, krijgen zij de te veel betaalde belasting terug. De invoering van een nieuw box 3-stelsel (op basis van het werkelijk rendement) schuift door naar 2028.

Opgaaf werkelijk rendement

Als er geen of niet tijdig bezwaar werd gemaakt tegen de box 3-heffing voor de jaren 2017, 2018, 2019 en 2020, dan is het op dit moment niet mogelijk om via het formulier Opgaaf werkelijk rendement een correctie naar het werkelijke rendement aan te vragen. Afhankelijk van de uitkomst van de procedure Massaal bezwaar plus kan dat mogelijk alsnog. In dat geval volgt automatisch bericht van de Belastingdienst.

Valt de datum van de definitieve aanslag op of na 12 november 2021? Dan mag het formulier alleen worden ingevuld als tijdig een verzoek tot ambtshalve vermindering is ingediend. 

Tip! Voor het jaar 2020 kan zo’n verzoek nog worden ingediend tot en met 31 december 2025.

Voor 2021 en latere jaren is het niet nodig om bezwaar te hebben gemaakt. De Belastingdienst stuurt automatisch een brief als het werkelijke rendement mag worden doorgegeven.

Beleggen met geleend geld

Beleggingen, die met geleend geld zijn gefinancierd, worden belastingtechnisch ongunstig behandeld in het forfaitaire systeem van box 3. Voor bezittingen anders dan banktegoeden geldt in 2025 een forfaitair rendement van 5,88% (2026: 7,78%). Voor schulden geldt een forfaitair rendement van 2,62% (2026: 2,7%). 

Bij 100%-financiering van een bezitting bedraagt de waarde per saldo nihil (bezitting = schuld), maar moet toch een rendement worden aangegeven van 3,26% (2026: 5,08%) over de waarde van de bezitting. Dit geldt uiteraard alleen als het vermogen in box 3 meer bedraagt dan de geldende vrijstelling.

Let op! De forfaitaire rendementspercentages voor de categorieën banktegoeden en schulden worden pas na afloop van het kalenderjaar berekend. Voor schulden geldt een veel lager forfaitair rendement dan voor overige bezittingen in box 3. Het percentage voor schulden is wel hoger dan voor banktegoeden (2025: 1,44%, 2026: 1,28%). Houd daar rekening mee bij de spreiding van het vermogen. Onderlinge vorderingen tussen partners én tussen ouders en minderjarige kinderen hoeven niet meer opgegeven te worden in de belastingaangifte. Dit geldt ook voor schulden met betrekking tot deze vorderingen.

Bron: Ministerie van Financiën | wetswijziging | 28-10-2025
0