Woning in aanbouw en eigenwoningregeling

Woning in aanbouw en eigenwoningregeling

De Wet IB 2001 bevat een definitie van het begrip eigen woning. Daaronder wordt mede begrepen een woning in aanbouw, mits de belastingplichtige aannemelijk maakt dat de woning bestemd is om in het kalenderjaar of in een van de drie daaropvolgende jaren hem als eigen woning ter beschikking te staan. De Hoge Raad heeft in een arrest uit 2014 overwogen dat van een woning in aanbouw pas sprake is nadat de feitelijke bouwkundige werkzaamheden zijn gestart.

In een procedure voor Hof Den Bosch was de vraag aan de orde met ingang van welk jaar sprake was van een woning in aanbouw. De belanghebbende kocht in 2007 een perceel grond en sloot in dat jaar een bouwovereenkomst met een aannemer. Pas in 2009 werd met de bouw begonnen. In 2010 kwam de bouw stil te liggen door het faillissement van de aannemer. In 2012 zette de belanghebbende de in aanbouw zijnde woning te koop. De inspecteur stelde zich op het standpunt dat vanaf 2007 sprake was van een woning in aanbouw omdat in dat jaar concrete stappen werden gezet waaruit viel af te leiden dat de bouwwerkzaamheden binnen afzienbare tijd zouden gaan beginnen. Hof Den Bosch was van oordeel dat vanaf 2009 sprake was van een woning in aanbouw omdat in dat jaar de feitelijke werkzaamheden waren begonnen.

De volgende vraag die beantwoord moest worden was of door het te koop aanbieden de woning in aanbouw nog steeds als eigen woning kon worden aangemerkt. De staatssecretaris van Financiën heeft in een besluit uit 2009 goedgekeurd dat de eigenwoningregeling voor een nieuwe woning blijft gelden als deze is gekocht om er zelf in te gaan wonen en de woning leeg te koop staat. Deze goedkeuring geldt voor het kalenderjaar van aankoop van de nieuwe woning en de twee daaropvolgende jaren.

Voor de toepassing van het goedkeuringsbesluit geldt de woning in aanbouw vanaf 2009 als nieuwe woning. De in het besluit genoemde termijn was in 2012 verstreken. De verlenging van de maximale termijn voor het behoud van de hypotheekrenteaftrek van de verhuisregeling van twee naar drie jaar is niet van toepassing op een te koop staande nieuwe eigen woning. De tijdelijke verlenging ziet uitsluitend op de voormalige eigen woning, de leegstaande toekomstige eigen woning en de in aanbouw zijnde toekomstige eigen woning. Het hof zag geen aanleiding de verlenging van de termijn van de verhuisregeling ook toe te passen op de te koop staande nieuwe woning (leeg of in aanbouw), waarop het goedkeuringsbesluit uit 2009 betrekking heeft. Het hof merkt daarbij op dat het niet aan de belastingrechter is om begunstigend beleid te verruimen. Omdat de woning in aanbouw in 2012 niet meer als eigen woning kon worden aangemerkt, was de in dat jaar betaalde hypotheekrente niet aftrekbaar.

Bron: Hof Den Bosch | jurisprudentie | ECLINLGHSHE20191876, 18/00138 | 17-10-2019
0